De struisvogel en de angsthaas in het land van de dappere leeuw

Er was eens een klein landje. Een landje vol dappere leeuwen. Die leeuwen waren niet zomaar zo dapper geworden, ze hadden samen al veel meegemaakt. Nou ja, niet allemaal zelf, want sommige leeuwen waren nog jong. Maar ze kenden de verhalen van oorlogen, watersnoodrampen, aanslagen en neergestorte vliegtuigen maar al te goed. Stuk voor stuk rampen die hen en hun (groot)ouders flink op de proef hadden gesteld. Er waren doden gevallen en ze hadden verliezen geleden. Sommige leeuwen waren in hun leven andere uitdagingen tegengekomen, omdat ze in een ander land geboren waren bijvoorbeeld of omdat ze ziek waren. Dat was niet altijd even gemakkelijk. Soms ontstonden er misverstanden en konden de leeuwen flink naar elkaar uithalen. Toch genoten ze met volle teugen van het leven in het prachtige, welvarende kleine landje. Omdat de dappere leeuwen wisten dat ze samen sterk stonden als het er echt op aan kwam.

In datzelfde land woonden ook een struisvogel en een angsthaas. De struisvogel bemoeide zich liever niet met anderen en al helemaal niet met de problemen van anderen. Zij deed haar eigen ding en stak het liefst haar kop in het zand. De angsthaas daarentegen, volgde het wel en wee in het land op de voet en werd steeds banger van wat hij hoorde en zag.

Het waren geen makkelijke tijden voor de angsthaas. Het land was namelijk in de greep van een virus. Een gevaarlijk virus waar leeuwen, struisvogels en angsthazen ziek van werden. Niet iedereen werd heel erg ziek, sommigen kregen alleen een snotneus of een griepje. Anderen werden wel behoorlijk ziek, soms zelfs zo erg dat ze doodgingen. Van tevoren wist je niet tot welke groep je hoorde, dat maakte het extra eng.

De struisvogel kreeg hier niet veel van mee. Natuurlijk wist ze wel van het virus, maar ‘ach het was maar en griepje en zij was gezond, dus waar zou zij zich druk over maken?’ Veel liever genoot zij van de zon samen met de andere struisvogels. Onbezorgd en blij, zoals ze gewend was.

Stiekem was de angsthaas een beetje jaloers op de struisvogel. Hij wilde ook wel onbezorgd en blij zijn. Het probleem was alleen, dat hij wist dat dat nu even niet kon. Iedereen moest zoveel mogelijk binnen blijven om het virus geen kans te geven zich verder te verspreiden. Daarom vroeg hij aan de struisvogel: “Hoe kan jij zo onbezorgd genieten van de zon, terwijl onze opa’s, oma’s, buren, vrienden en bekenden ziek worden en zelfs doodgaan?” De struisvogel keek geïrriteerd op en haalde haar schouders op, “je moet niet overdrijven angsthaas, ik ken niemand die ziek is.” Ze wilde haar hoofd alweer in het zand steken, maar de angsthaas ging door: “Doordat jij je kop in het zand steekt, kan het virus zich veel sneller verspreiden. Haal alsjeblieft je kop uit het zand en ga naar binnen!” De angsthaas was nu echt in paniek en kon ieder moment in huilen uitbarsten. De struisvogel lachte en zei: “Dit is een vrij land en ik kan doen wat ik wil, laat me met rust.” De angsthaas was nu in alle staten en kreeg bijna een hartaanval van paniek. Hoe kon de struisvogel zo verschrikkelijk onnozel zijn?

Wat de angsthaas echter niet wist, was dat de struisvogel eigenlijk ook best een beetje bang was. Bang voor het virus dat haar leven op z’n kop had gezet en al haar plannen in de war stuurde. Ze was vooral bang omdat ze niet precies begreep hoe een ‘simpel griepje’ dit allemaal kon veroorzaken. En omdat ze niet wist hoe lang deze hele toestand zou gaan duren. Het liefst wilde ze dat alles bleef zoals het was. Daarom stak ze haar kop in het zand.

De angsthaas was snel weer naar huis gegaan, waar hij vol angst en woede het ene na het andere facebookbericht de wereld in stuurde. Berichten met angstaanjagende statistieken en verontrustende nieuwsberichten. Hij wist niet dat zijn berichten alleen gelezen werden door andere angsthazen, die daardoor nog veel banger werden. De struisvogels zagen zijn berichten niet, want die stonden lekker op een kluitje in de zon met hun kop in het zand.

Er werd op de deur geklopt. De angsthaas schreeuwde het uit van schrik, maar ging toch kijken wie er aan de deur stond. Het was een dappere leeuw. “Dag angsthaas, hoe gaat het met je?” vroeg de leeuw. “Slecht!” riep de angsthaas door de brievenbus, want de deur openen durfde hij niet. “Ik ben bang, boos en verdrietig. Ik zie op het nieuws hoe de dappere leeuwen in het ziekenhuis hun uiterste best doen om alle patiënten te helpen, terwijl aan de andere kant domme struisvogels hun kop in het zand steken en het virus verder verspreiden.” De dappere leeuw kon aan de stem van de angsthaas horen hoe wanhopig hij was. “Dat is inderdaad erg dom van de struisvogels,” zei de dappere leeuw. “Maar dat is wat struisvogels doen, ze weten niet beter. We moeten ze helpen om slimmere en betere keuzes te maken. Dat lukt alleen als we dat samen doen. Zonder bangmakerij, maar met moed, liefde en gezond verstand. Daar zijn we in het land van de dappere leeuwen namelijk goed in. Daar staan we om bekend. Ondanks dat wij ook niet alles weten over dit virus, moeten we de struisvogels uitleggen hoe belangrijk het is om hun kop uit het zand te halen.”

Vervolgens ging de dappere leeuw naar de struisvogel en vroeg: “Hoe gaat het?” De struisvogel haalde haar kop uit het zand en antwoordde: “Prima, de vogels fluiten en de zon schijnt. Het is een prachtige lentedag, vind je ook niet?” “Daar heb je voor een groot deel gelijk in,” zei de leeuw. “Er is alleen een klein probleem.” De struisvogel, die al wel een idee had welke kant dit gesprek op ging, onderbrak de leeuw en zei: “Als jij ook over het virus begint, steek ik weer mijn kop in het zand.” De leeuw liet niet graag zijn tanden zien, want hij geloofde in de vrije wil van iedereen in zijn prachtige landje. Toch voelde hij zich nu genoodzaakt. De dappere leeuw richtte zichzelf op en brulde: “Dat kan ik helaas niet toestaan, jouw gedrag betekent de ondergang van iedereen!” De struisvogel deinsde geschrokken achteruit en twijfelde of ze boos of bang moest worden. Op dat moment zagen ze de angsthaas.

Moedig zette de angsthaas een paar stappen vooruit. “Lieve struisvogel, misschien kun je mij leren hoe ik in deze moeilijke tijd iets minder bang kan zijn en kan blijven genieten? Dan help ik jou om je hoofd uit het zand te houden. Ik zal je steunen als je het moeilijk hebt.” De struisvogel knikte en zei ten slotte: “Dat is goed, laten we dit samen doen. Ik kan jou opvrolijken als je bang bent.” De dappere leeuw knikte tevreden. Samen gingen ze dit redden, dappere leeuwen, angsthazen én struisvogels, want ze hadden elkaar nodig.

Dit is het land van de dappere oranje leeuwen, het land waar iedereen mag zijn wie hij of zij is, waar we geen beperkingen opleggen als dat niet nodig is, waar we een helpende hand uitsteken en klappen voor elkaar. Laten we klappen voor de dappere leeuwen in de ziekenhuizen, voor de angsthazen die de moed erin houden én voor de struisvogels die hun kop uit het zand halen en binnen blijven. Viva Hollandia!

Delen
Facebooktwitterlinkedin

2 reacties

  1. Marja Hoefeijzers

    Hoi Joyce wat een prachtig verhaal
    Even met je neus op de feiten gedrukt . Chapeau

  2. Jans Kleene

    Schitterend verwoord. Er valt geen speld tussen te krijgen 👍

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

© 2020 JIProducties

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑